Tauvlinder
Aglia tau.
Kenmerken: Grote vlinder, mannetjes geelbruin, het iets grotere vrouwtje vaalgeel gekleurd. Langs de vleugelzoom een donkere band, op elke vleugel een blauw zwart omrand oog met erin een spijkervormige witte vlek. Spanwijdte 60-80 mm. Habitat: Niet zelden in beukenbossen; vliegt in het voorjaar als het jonge loof uit-loopt. 1 generatie. Voedsel: De vlinders nemen geen voedsel tot zich, de rupsen leven op beuken en ook op berken. Ontwikkeling, gedrag: De mannetjes vliegen overdag bij