Koninginnepage

Papilio machaon.

Kenmerken:
Vleugels met lichtgeel als grondkleur en zwarte, netvormige tekening. Staartvormige verlenging van en opvallende, blauwgeschubde rand langs de achtervleugels; in de binnenhoek een oogvlek met roodbruine kern. Spanwijdte 60-80 mm. Habitat: Wijd verbreid, in het open veld en in tuinen, in de laatste jaren zeldzamer. In ons land vliegen twee generaties, een in het voorjaar (IV-V) en een in de zomer (Vil-IX). Voedsel: De vlinders zuigen nectar uit bloemen. De rupsen komt men
VLINDERS
tegen op schermbloemen, in de tuin bijvoorbeeld op dille, karwij en venkel. Ontwikkeling, gedrag: In de lente kruipt de vlinder uit de bruine pop die overwinterde, vliegt in de wijde omtrek rond en strijkt op allerlei bloemen neer. De mannetjes verzamelen zich op bepaalde tijden van de dag op plaatsen, waar ze de vrouwtjes partners opwachten.