voorjaar ontpopte vlinders zoeken wilde soorten Cruciferae op. Het aantal in de zomer uit de pop gekropen dieren is aanmerkelijk groter; zij zetten hun eieren bij voorkeur aan de onderkant van koolbladen af, dwalen daarbij onrustig rond en trekken dikwijls in grote scharen van het ene veld naar het andere. De poppen van de tweede generatie overwinteren, spinnen zich vaak in tegen huismuren. Ze hebben nogal eens last van parasieten, waarvan de kleine gele spinsels ten onrechte voor 'rupseëieren' worden aangezien.