Groot dikkopje

Och/odes venatus.

Kenmerken: Een kleine vlinder met geelbruine basiskleur, die naar de vleugelrand toe donkerder wordt (r.b.). Het mannetje draagt op de voorvleugel een kommavormig zwarte geurschubbenvlek. Het vrouwtje heeft een iets donkerder basiskleur. Spanwijdte 28 - 35 mm. Habitat: De vlinders vliegen op graslanden. 1 generatie, in warmere streken soms 2. Voedsel: Deze vlinders zijn ijverige bloemenbezoekers. De rupsen voeden zich met grassen. Ontwikkeling, gedrag: De rups leeft tussen samen-
VLINDERS
gespannen bladeren, waar hij zich ook verpopt. Eigenaardig is de snelle gonzende vlucht, die typisch is voor alle dikkopvlinders. Zij vliegen weliswaar
overdag, maar zijn niet verwant met de echte dagvlinders. Een andere soort, Carteroce-phalus palaemon, het bont dikkopje (I.b.), is veel minder algemeen.