Gewoon blauwtje, Icarusblauwtje

Polyommatus icarus.

Kenmerken: Een kleine vlinder met glanzend blauwe bovenkant, smalle zwarte zoom langs de randen en witte franje. De onderkant is grijsbruin met zwarte, wit-omrande vlekken en een reeks oranje vlekken langs de randen van de achtervleugels. Vrouwtjes exemplaren  zijn van boven bruin met enkele blauwe en oranje vlekken. Spanwijdte 25 mm. Habitat: Algemeen verbreid, inheems, vaak op weilanden en langs akkers; in 1-3 generaties van IV-X. Voedsel: De vlinders zuigen nectar, de rupsen
VLINDERS
doen zich te goed aan stalkruid, hoornklaver en verwante soorten. Ontwikkeling, gedrag: De halfwasrups overwintert en de verpopping vindt pas het volgende voorjaar plaats. De verdere ontwikkeling gaat daarna zeer snel van generatie op generatie.
Er bestaan zeer veel blauwtjes en het is dikwijls een moeizaam werk ze van elkaar te onderscheiden. Een meer of minder duidelijke blauwe kleur aan de bovenkant en kleine oogvlekken aan de onderzijde zijn alle soorten eigen. De rupsen van sommige soorten worden door mieren bezocht om het zoete sap dat ze afscheiden.