Erebia ligea
Kenmerken: Een middelgrote, donkerbruine vlinder met roodbruine banden waarin kleine wit-gekernde oogvlekken. De franje aan de vleugels is licht en donker gevlekt. De aderen van de voorvleugels zijn aan de basis opgezwollen, spanwijdte 40-50 mm. Habitat: In bosgebieden, aan bosranden en boven weiden; niet zelden in de zomer in 1 generatie. Voedsel: De vlinders bezoeken bloemen, de rupsen leven op grassen. Ontwikkeling, gedrag: De rups overwintert en de pop ligt daarna op de grond.