De Eempolders strekken zich uit als open vlakte tussen de noordrand van de Utrechtse Heuvelrug en de oostrand van het Gooi.
De noordgrens wordt gevormd door het Eemmeer en aan de oostrand grenst dit gebied aan de polder Arkerheem.

De belangrijkste bebouwingen in het gebied zijn aan de westrand Eemnes, Baarn, Soest en aan de zuidrand van Amersfoort, terwijl in het noordoostelijke deel de plaatsen Bunschoten en Spakenburg net binnen het ruilverkavelinggebied vallen. Midden in het gebied zijn langs de rivier de Eem ten slotte nog de dorpen Eembrugge en Eemdijk gelegen.

Het gebied wordt van oost naar west doorsneden door de Rijksweg Al, terwijl van zuid naar noord de rivier de Eem midden door het gebied kronkelt. Langs de noord-westrand loopt de Rijksweg N27 en in het uiterste zuiden van het gebied doorsnijdt de spoorlijn Amersfoort-Hilversum/Amsterdam het onderzoeksgebied.

Het gebied wordt gekenmerkt door een zeer grote openheid, zowel ten oosten als ten westen van de Eem liggen kilometers lange zichtassen in de richting zuid-noord.
Landschappelijk is het gebied te verdelen in twee delen. De Rijksweg Al kan hierbij grofweg als grens worden gehanteerd.
Het gebied ten noorden van deze rijksweg wordt gekenmerkt door een grote openheid; alleen de bebouwingen van Eemdijk en in mindere mate Bunschoten, Eembrugge en Spakenburg doorbreken dit patroon.
Boomgroepen en bosjes komen weinig voor en sluiten veelal aan bij de genoemde bebouwing. De boerderijen welke slechts zeer sporadisch in de open polders aanwezig zijn hebben relatief weinig erfbeplanting. Boomgroepen van wat grotere omvang worden uitsluitend aangetroffen langs de westrand van het gebied bij Eemnes, onder andere de Valse Bosjes en direct langs de Rijksweg Al.
In het gebied dat ten zuiden van de Rijksweg A1 is gelegen ontbreekt deze openheid veelal. Met name het zuidoostelijke deel is een hoevenlandschap met verspreid door het gehele gebied boerderijen, welke zijn voorzien van zware erfbeplantingen. Tussen de perceelsgrenzen vinden we vele houtsingels, waarin veelal zwarte els domineert. Ook langs de wegen die dit gebied doorsnijden vinden we veel beplantingen waarin naast els ook knotwilg en populier veelvuldig voorkomen. Door deze opbouw heeft dit deel een veel kleinschaliger en beslotener karakter dan het noordelijk gebiedsdeel.
Het gedeelte langs de rivier de Eem vertoont meer het karakter van een uitgestrekt weidelandschap, al blijft hier, met name langs de wegen, meer begroeiing aanwezig dan in het noordelijk deel.
In het gebied direct ten westen van de gemeente Amersfoort vinden we een aantal stadsrandverschijnselen zoals een waterzuivering, wat groentetuintjes en enkele kleine paarden- en ponyweitjes van particulieren.

Drukke wegen door het gebied zijn de Amersfoortseweg van Hoogland naar Bunschoten Spakenburg, de Bisschopsweg tussen Bunschoten en Eembrugge Baarn en de Wakkerendijk tussen Baarn en Eemnes.
De overige wegen in het gebied zijn tamelijk extensief gebruikte landbouwwegen.

Een aparte plaats wordt ingenomen door de rivier de Eem die door het gehele gebied stroomt met zijn uiterwaardjes, alsmede de Zomerdijk met zijn wielen. Zowel landschappelijk als natuurwetenschappelijk zijn dit de mooiste delen van het ruilverkavelinggebied.
Dit laatste blijkt onder andere uit het feit dat de hoogste weidevogelconcentraties veelal in de directe omgeving van de rivier de Eem worden aangetroffen.
Gebiedsbeschrijving van de Eempolders