VOGELS
Zwarte kraai

Corvus corone.
Kenmerken: De zwarte kraai heeft verschillende ondersoorten; C. c. corone is intens zwart, de bonte kraai, C. c. cornix, heeft een grijze nek, rug en onderkant. Habitat: Cultuursteppe met bomen, bossen; buiten de broedtijd overal te vinden, van akkers tot vuilnisbelten. Voedsel: Alleseter; het voedsel wordtop het open veld bijeen gezocht. Dierlijke kost overweegt sterk, van regenwormen tot ratten, afval en
aas, vruchten, groenvoer en zaden. Voortplanting: Nest hoog in een boom, dicht bij de stam; broedt nooit in kolonies. Legsel: 4-6 eieren. Broedduur 17-20, broedzorg 31-36 dagen.
Zwarte en bonte kraai hebben van oorsprong gescheiden arealen, met daartussen een 60 km breed menggebied. De scheidslijn loopt van de Duits-Deense grens, via midden- en bovenloop van de Elbe, Salzkammergut, de Zwitserse en Zee-Alpen naar de Rivièra. Westelijk ervan broedt de zwarte, oostelijk de bonte kraai. Kruisingen komen veelvuldig voor. In ons land broeden zowel zwarte als gemengde en bonte.