aas, vruchten, groenvoer en zaden. Voortplanting: Nest hoog in een boom, dicht bij de stam; broedt nooit in kolonies. Legsel: 4-6 eieren. Broedduur 17-20, broedzorg 31-36 dagen.
Zwarte en bonte kraai hebben van oorsprong gescheiden arealen, met daartussen een 60 km breed menggebied. De scheidslijn loopt van de Duits-Deense grens, via midden- en bovenloop van de Elbe, Salzkammergut, de Zwitserse en Zee-Alpen naar de Rivièra. Westelijk ervan broedt de zwarte, oostelijk de bonte kraai. Kruisingen komen veelvuldig voor. In ons land broeden zowel zwarte als gemengde en bonte.