maar snavel roodachtig hoornkleurig en poten geel tot oranjegeel. Habitat: Op elk water in stad en land. Zwerfvogel. Voedsel: Verandert met jaargetijde. Van late herfst tot voorjaar alleen plantaardig (zaad, winterscheuten); in de broedtijd en de vroege zomer hoofdzakelijk weekdieren en insekten. Voortplanting: Seizoenhuwelijk. Broedt op de grond en in bomen, open of in holen. Meest 7-11 eieren. Broedduur 24-32 dagen. Het mannetje begeleidt de jongen tot ze met 8 weken kunnen vliegen. Wilde eenden zijn de voorouders van onze huiseenden; bastaarden zijn niet zeldzaam.