VOGELS
(Vlaamse) gaai

Garrulus glandarius.
Kenmerken: De roodachtig bruine grote vogel is gekarakteriseerd door de blauwzwarte spiegel, de zwarte baardstreep en de witte stuit. Ogen lichtblauw. Behoedzaam, maar desondanks rumoerig; gezellig levend. Bootst stem van buizerd na. Het eigen geluid is een doordringend knarsen. Habitat: In bossen met struikgewas, in
stadsparken en boomrijke tuinen. Vrij algemeen. Gedeeltelijk trekvogel. Voedsel: Wordt op takken en op de grond gezocht. Eikels, noten, beukennootjes andere zaden, aardappels, bessen en vruchten overwegen. Insekten, slakken, hagedissen, vogeleieren, en nestvogeltjes, muizen. Legt voorraad aan. Kan in keelzak tot een dozijn eikels vervoeren; verstopt ze daarna in de grond. Voortplanting: Het kleine nest meestal op 3-6 m hoogte in boom (max. 30 m), 4-7 eieren. Tijd van broeden 16-19, broedzorg 18-20 dagen.