Vink
Fringilla coelebs.
Kenmerken: Bij mannetjes, kruin, nek en zijkant hals grijsblauw, in de winter bruinachtig grijs, rug kastanjebruin, stuit groen, gezicht en onderdelen roodbruin, snavel blauw. Vrouwtje olijfgrijs. Beide met twee witte vleugelbanden. Ongeveer de grootte van een mus. De kwetterende zang eindigt met een overslag. Roept en zingt graag. Habitat: Overal waar bomen zijn, in stad en land. Buiten de broedtijd gezellig levend en dan