bij de kust. Broedvogel op kale en kort begraasde vlaktes bij het water. Voedsel: Graaft schelpen uit het zachte slik; eet ook slakken, kreeftjes, ringwormen. Kokkels en mossels vormen het hoofdvoedsel. In het binnenland regenwormen, insekten. Voortplanting: Levenslang, monogaam huwelijk. Geslachtsrijp vanaf 3-5 jaar. Nest een kuiltje op open grond, maar soms ook anders. Broedduur 26-28 dagen. Beide ouders begeleiden de jongen 8-26 weken, afhankelijk van wat ze moeten leren.