Bedreigd doordat hij voor een zwarte kraai gehouden wordt, in steden zijn roeken veiliger dan op het platteland. Voedsel: 's Winters voornamelijk plantaardige kost, in lente en zomer dierlijke: engerlingen, ritnaalden, maden, rupsen van eikebladrollers, snuitkevers, veldmuizen, naaktslakken: een onbezoldigde hulp voor boeren en tuinders! Jaagt op de grond en in bomen. Voortplanting: Broedt in kolonies, heeft als verdelger van veel voor de landbouw schadelijke dieren grote betekenis en verdient onvoorwaardelijk bescherming. Nest in boomtoppen, 3-5 eieren. Broedduur 16-18, broedzorg 30-36 dagen.