VOGELS
Putter of distelvink

Carduelis carduelis. Kenmerken: De distelvink (hij peutert heel behendig de zaadjes uit distelhoofdjes) is een van de kleurigste inheemse vogels. Kop wit-zwart met een rood masker, rug bruin, stuit wit, staart en vleugels zwart, brede gele band over de vleugels. Jongen grijsgroen tot geelachtig. Habitat: Typische cultuurvolger; plaatselijk in tuinen en parken, op woeste grond, waar rijkelijk zaad aanwezig is (distels,
klitten, paardebloem, kaardenbollen). Deels trekvogel. Voedsel: Zaden van composieten; ze worden zowel van de grond als uit de hoofdjes weggepikt. 's Winters ook zaden van bomen, 's zomers bovendien kleine insekten. Het dieet bestaat voor een derde uit distelzaad. Voortplanting: Nest in de buitenste takvork van vruchtbomen, 3-10 m hoog. Eieren 4-6, broedduur 11-13, broedzorg 13-16 dagen. Per seizoen 2-3 broedsels.