Nestkasten algemeen
Waar nestkastjes?

Wanneer wij eenmaal besloten hebben in ons terrein met nestkastjes te gaan werken, komt het vinden van geschikte ophangplaatsen aan de orde. Bij de kasten voor de kleine holenbroeders zijn dan zeker de volgende punten van belang: - De kast moet buiten bereik van ongewenste predatoren hangen. In stadstuinen waar in de regel vaak katten rondlopen, kan het om die reden raadzaam zijn de nestkasten aan stenen muren te bevestigen, die door een kat niet kunnen worden beklommen. In stadsparken of veel bezochte bospercelen wordt de minimumhoogte waarop de kast komt te hangen veelal bepaald door de aanwezigheid van publiek. Hang hier de kasten zoveel mogelijk in bomen zonder lage zijtakken en minstens 3,5 meter boven de grond. Enkele typen kasten, zoals de modellen voor kerkuilen en zwaluwen, kunnen ook binnen worden opgehangen.
- In onze tuinen zal het vaak moeilijk zijn om bij het ophangen van de kasten aan bovenstaande voorwaarde te voldoen. Te meer daar het interessant is een of meer nestkasten zodanig te bevestigen dat wij vanuit ons huis de verrichtingen van de vogels rondom de kast kunnen gadeslaan. Gelukkig bestaan er wel enige methoden om katten bij onze kasten te weren. - De vogels moeten een ruime aanvliegmogelijkheid behouden. Houd dus bij het ophangen van kasten aan bomen of met klimop begroeide muren rekening met de situatie in lente en zomer, wanneer de planten volop in blad staan. Dreigt de kast te veel door het gebladerte omsloten te worden, verwijder dan voorzichtig wat blad of een enkele tak.
- Wanneer tijdens het broedseizoen een stuk of twaalf tot veertien jongen in een nestkast verblijf houden, kan de temperatuur in de kast behoorlijk oplopen, evenals de vochtigheidsgraad door de uitgeademde waterdamp. Hang een nestkast dus zodanig, dat hij nooit de gehele dag in de zon komt te verkeren en ook nooit met de vliegopening naar het zuidwesten gekeerd, de richting van waaruit de meeste regen komt. Om deze redenen worden nestkasten meestal op het noorden, oosten of noordoosten gehangen. In een dicht bos met voldoende gebladerte om zon en regen af te schermen, spelen deze factoren natuurlijk geen rol. Keuzeproeven hebben aangetoond dat de vogels onder deze omstandigheden geen enkele voorkeur hebben naar welke windrichting hun kast hangt.
Beschikt men over een schuurtje of loods, dan zou men eens kunnen experimenteren met een 'observatiekast'. Ook op kinderboerderijen en in schooltuinen kan een dergelijke kast een groot succes opleveren. Men bevestigt dan een nestkast met een glazen achter- of zijwand zodanig tegen de loods, dat men vanuit de donkere schuur in de kast kan kijken. Deze glaswand van een luikje voorzien en bij het observeren de nodige voorzichtigheid in acht nemen. Tot slot nog een welgemeende raad: hang nooit te veel nestkasten op. Per slot van rekening moeten wij alle vogels de kans geven rustig te nestelen en niet alleen de holenbroeders. Bepaalde soorten kunnen wel eens andere vogels uit hun territorium verdrijven.