VOGELS
KRAMSVOGEL

Turdus pilaris    
Veldkenmerken: 25cm. Iets kleiner dan Grote Lijster, groter dan Zanglijster en Koperwiek. Herkenbaar aan lichtgrijze kop en stuit, kastanjebruine rug en vrijwel zwarte staart. Keel en borst roestgeel, zwart gestreept; flanken sterk zwart gevlekt. In vlucht zijn grijze stuit, witte ondervleugels en roep kenmerkend. Vlucht minder golvend dan bij Grote Lijster. Zit in
waakzame, opgerichte houding op de grond. Leeft in troepverband. Nestelt vaak in kolonies, langs bosranden en nabij open bosplekken, vooral in berken; soms op gebouwen en hooibergen; op de grond boven boomgrens.
Geluid: een scherp en vlug tsjak-tsjak-tsjak en een kalm kwie. Zang een primitief mengelmoes van krassende en Merelachtige geluiden; vaak in vlucht. Voorkomen: zeer zeldzame broedvogel. Algemene doortrekker en wintergast van eind sept. tot in mei; meestal in grote groepen. In winter trekverplaatsingen bij vorstinval.