te verwarren zijn met die van vink, pimpelmees of glanskopmees. Uiterlijk mogelijk te verwarren met zwarte mees (blz. 54). Beide soorten hebben een zwarte kop en keel als wel witte wangen; de zwarte mees heeft echter de typische nekvlek, geen geel en geen zwarte middenstreep op de buik. Habitat: Loofbossen, gemengde bossen, parken en tuinen; overal waar bomen en nestkasten zijn. Ontbreekt in donker sparrenbos. Voedsel: Insekten van twijgen en takken, wormen, slakken van de grond, bessen, zaden, vethoudende levensmiddelen. Voortplanting: In alle mogelijke holten, ook brievenbussen, gieters, tot op 4 m hoogte. Legsel 7-13 eieren. Tijd van broeden 12-16, broedzorg 15-21 dagen. 1-2 broedsels per jaar.