VOGELS
Havik

Accipiter gentilis. Kenmerken: Roofvogel ter grootte van een buizerd, waarvan onderdelen licht donkerbruin gestreept zijn. In het ideale geval maken lengtestrepen daar een kruispatroon van. De lange afgeronde (bij de sperwer recht afgesneden) staart heeft 4 donkere dwarsbanden. Bovendelen donker grijsbruin tot leigrijs; ook de wangen.
Boven het lichtrode oog een brede witte oogstreep, mannetjes kleiner dan vrouwtjes. Jonge haviken zien er heel anders uit: ze zijn middelbruin gekleurd en hebben aan de onderkant op een beige ondergrond diepbruine lengtestrepen. Hun oog is geel. Verwisseling met de sperwer is mogelijk. Er is veel ervaring voor nodig beide soorten in de vlucht uit elkaar te houden. Beide hebben brede ronde vleugels. Habitat: In rijk geschakeerd bos- en cultuurlandschap. Heeft dekking nodig. Voedsel: Vogels en zoogdieren. Overwegend Vlaamse gaaien, verwilderde tamme duiven, houtduiven, lijsters en konijntjes. Natuurlijke vijand van de sperwer. Voortplanting: Horst in kruinen van bomen van opgaand bos. Legsel meestal 3-4 eieren; tijd van broeden 35-42, broedzorg 36-40 dagen.