VOGELS
Glanskopmees

Parus palustris.
Kenmerken: Grijsbruine mees met zwarte kruin en keelvlek. Onderdelen witachtig. Kleiner dan koolmees. Habitat: Loofbos en gemengd bos. Voedsel: Insekten, die hij uit stammen en takken met grove schors, vooral berken, peutert; zaden van struiken en naaldbomen. Verstopt wintervoorraad. Voortplanting: Broedt in holen en nestkastjes; legsel
6-10 eieren. Tijd van broeden 12-15, broedzorg 17-20 dagen. Vrijwel gelijk is de matkopmees, Parus atricapil-lus. Hiervan is echter de zwarte keelvlek iets groter. Bovendien onderscheidt hij zich van de glanskopmees door zijn gezang en de typische lokroep. Heeft meer voorkeur voor vochtige terreinen dan glanskopmees, maar toch ook in droge dennenbossen. Voor zijn nestholte die hij zelf maakt heeft hij vermolmd hout nodig; broedbiologie net als die van de glanskopmees. Beide soorten zijn uitzonderlijk moeilijk van elkaar te onderscheiden; tot in onze eeuw hield men ze voor één en dezelfde soort!