VOGELS
Geelgors

Emberiza citrinella.
Kenmerken: Een veel voorkomende vogel van het vrije veld, die onvermoeid de hele zomer door zijn eenvoudig liedje vanaf een wachtpost ten beste geeft. Het mannetje heeft een helder citroengele kop en onderkant, en een roodbruine stuit. Rug en vleugels bruin, gestreept. Bij het vrouwtje is het geel valer, bovenkant van de kop en keel ook gestreept.
Jongen hebben de kleur van de vrouw, alleen nog donkerder en duidelijker gestreept. Habitat: Karakteristieke standvogel; langs veldwegen, akkers, in open land met struikgewas; 's winters wel in tuinen te zien. Voedsel: Zaden, in de bodem levende in-sekten, naaktslakken, regenwormen. Voortplanting: Napvormig nest op de grond of een paar decimeter erboven in het struikgewas. Legsel: 3-5 eieren. Broedduur 11-14, broedzorg 9-14 dagen. 2 broedsels per seizoen.