VOGELS
Bosuil

Strix aluco.
Kenmerken: Grote gedrongen uil met zwartbruine ogen, die midden in het gezicht en boven basis van snavel zitten. Zwarte middenscheiding loopt tot boven de ogen. Komt in twee kleurfasen, grijs en bruin, voor. Oudere vogels met kruisvormig uitlopende lengtestrepen, jonge vogels geheel dwars gestreept. Geen oorpluimen.
Habitat: Behendige jager in bossen en struikgewas. In oude bossen, parken, kerkhoven en lanen. Voedsel: Eet dieren van het formaat van loopkevers via ratten tot meerkoeten. Muizen en woelmuizen maken bijna tweederde van zijn menu uit, vogels ongeveer een achtste. De jongen eten veel regenwormen. Voortplanting: Broedt in kraaie- en roofvogelnesten en in boomholten. Legsel meestal 2-5 eieren. Tijd van broeden 28-30 dagen, broedzorg 4-5 weken.