VOGELS
BOOMKRUIPER

Certhia brachydactyla
Veldkenmerken: 12,5 cm. Een klein, tegen bomen klimmend vogeltje. Verschilt van spechten en boomklevers door klein formaat, dunne, gebogen snavel en kenmerkend gedrag. Klimt met korte rukjes spiraalsgewijs tegen bomen op, met de stijve staart tegen de bast gedrukt. In het veld moeilijk te onderscheiden van Taigaboomkruiper, behalve aan geluid en lager gelegen biotoop. Is minder rossig op stuit en heeft bruinachtige flanken en onderbuik (een vrij goed veldkenmerk) en minder duidelijke wenkbrauwstreep. Grondkleur der bovenzijde meer donker grijsbruin ; voorhoofd onduidelijk gevlekt. Snavel doorgaans iets langer en meer gebogen en tenen korter. Nestelt achter losse boombast of in boomspleten. Komt in continentaal Europa van 1500 m tot beneden zeespiegel voor.
Geluid: een meesachtig, hoog sie en soms een schel srie. Karakteristiek is een helder, fluitend tietietietiet. Zang verschillend van die van Taigaboomkruiper; een kort, ritmisch tiet, tiet, tieteroitit.
Habitat: vrij algemene broed- en standvogel van parken, tuinen, bosjes met hoog geboomte. Zwerft in winter rond.