Boomklever
Sitta europaea.
Kenmerken: Een 'halsloos' gedrongen vogeltje met een lange stevige beitelsnavel. Bovendelen grijsblauw, onderdelen vuil okergeel met witte keel. Flanken roestbruin. Zwarte oogstreep. De korte staart heeft geen functie bij het klimmen. Ongeveer de grootte van een mus. Habitat: Dit vrolijk roepende en levendige klimvogeltje bewoont het liefst loofbossen en gemengde bossen, lanen en parken, ook tuinen met oude bomen. Houdt duidelijk van eiken. Komt graag op de voederplank. Trekt in winter rond met mezen, boomkruipers en goudhaantjes. Voedsel: Net als bij mezen zijn in de zomer insekten, in de winter zaden het hoofdvoedsel. Zeer flexibel. Zoekt niet als de specht met zijn tong, maar met zijn ogen voedsel in alle spleten van stammen en twijgen. Beitelt ook niet, maar hakt hard voedsel zacht. Loert ook op vliegende insekten in vroege voorjaar en zomer. Haalt voor