VOGELS
Grote bonte specht

Dendrocopus major .
Kenmerken: Onze talrijkste specht; iets groter dan een lijster. Zwart met wit patroon, grote witte schoudervlekken, dieprode onderstaart. Witte wangen met zwarte middenstreep, kruin zwart en alleen mannetje met rode achterhoofdstreep. Jongen van beide geslachten rode kruin. Habitat: Bossen, parken en tuinen. Voedsel: Insekten, spinnen, zaden, bessen, soms ook jonge zangvogeltjes. In tegenstelling tot de groene en de kleine groene specht die hun voedsel op de grond zoeken, doen zij dat in en aan bomen. Voortplanting: Zelf gehakte holte in loof- of naaldbomen, invliegopening 4,5 cm doorsnede, 4-8 eieren, tijd van broeden 8-11, broedzorg 20-24 dagen.
In het voorjaar kan men heel vaak het trommelen van de bonte specht horen. Deze 'instrumentale muziek' is een vervanging van gezang en dient evenals het zingen bij andere vogels ter markering van het territorium Het gaat dan dus om een principieel andere gebeurtenis dan het hakken voor het zoeken van voedsel of het bouwen van een nest. Holle delen van de boom met een goede resonantie worden als 'xylofoon' gebruikt; een roffel bestaat uit 12-14 slagen.