Wat zijn amfibieën?
Amfibieën hebben een naakte, kale huid zonder schubben. In Nederland komen 16 soorten amfibieën voor. Padden, kikkers en salamanders behoren tot die amfibieën. Amfibieën zijn tweeslachtig: zij brengen hun leven niet alleen in het water door, zoals vissen, of alleen op het land, zoals zoogdieren. Zij beginnen hun leven als larven in het water. Een aantal soorten leeft als volwassen dier voor een groot deel van hun leven op het land in vochtige milieus. Het water wordt dan vrijwel alleen voor de voortplanting gebruikt.
Amfibieën zijn te herkennen aan de naakte en kale huid. Doordat de huid doorlatend is voor water, moeten de dieren hun leven in een vochtige omgeving doorbrengen, om niet te sterven door uitdroging. De temperatuur van het lichaam verandert met de temperatuur van de omgeving. In de winter zoeken zij plaatsen op waar de vorst niet doordringt, bijvoorbeeld de modder van waterbodems.
Elk voorjaar trekken amfibieën vanuit hun winterverblijf naar het water waar ze geboren zijn, om zich daar voort te planten. Bij het oversteken van wegen tijdens deze trekperiode vallen veel amfibieën als slachtoffer van het verkeer. Vooral padden en salamanders worden in grote aantallen doodgereden, doordat ze zich langzaam voortbewegen. Bovendien hebben mannelijke padden de gewoonte om op de weg te blijven zitten om alvast uit te kijken naar een vrouwtje.
Doordat veel voortplantingswateren van amfibieën vervuild zijn, komen eieren daar niet tot ontwikkeling. Ook zijn veel voortplantingswateren en leefgebieden van amfibieen verdwenen door kunstmatige verlaging van de grondwaterstand en het in cuituur brengen van gebieden. Samen met de algemene achteruitgang van de natuur in Nederland, heeft dit ertoe geleid dat het met veel soorten amfibieën slecht gesteld is. Alle amfibieën zijn daarom tegenwoordig beschermde dieren in de zin van de Natuurbeschermingswet van 1973. Vangen van amfibieën is alleen toegestaan met een speciale vergunning.