2. Verschillende soorten
In Nederland komen twee typen salamanders voor: de landsalamander en de watersalamander.
De naam zegt al dat de een meer op het land leeft en de ander meer in het water.
Van de landsalamanders bestaat erin Nederland maar één soort, dat is de vuursalamander. Hij heet zo omdat zijn lichaam glanzend zwart is met hel gele vlekken en strepen, die aan vuur doen denken. Tegenwoordig zie je de vuursalamander maar heel weinig. Ze zijn zeldzaam. Alleen in een klein stukje van Limburg komen ze nog voor. Vuursalamanders leven daar in vochtige bossen op de heuvels. In hun gebied zul je altijd water aantreffen, een beekje of een plas.
Dat je de vuursalamander haast nooit ziet, heeft nog een oorzaak. Hij is eigenlijk alleen actief in de schemering of na regenval. Dan gaat hij op zoek naar voedsel. Overdag zit hij verscholen in grotten, onder stenen en andere donkere, vochtige plekjes. Vuursalamanders kunnen 20 centimeter lang worden. Hun leeftijd in gevangenschap kan meer dan 50 jaar bedragen!
Er leven in Nederland vier soorten watersalamanders:
1. De kleine watersalamander. Deze soort komt in ons land het meest voor. Hij wordt ongeveer 10,5 centimeter groot. De mannetjes zijn het mooist, vooral wanneer ze in de bruiloftstijd zijn. Van boven zijn ze lichtbruin of olijfgroen met donkere vlekken, van onder crème of geel met oranje middenstreep. Ook de onderkant van de staart is mooi oranjerood. In de paartijd heeft hij over zijn rug een hoge golvende kam.
Vrouwtjes zijn meer grijs - bruin of geelachtig rood van boven. Aan weerszijden zit een donkere streep. De buikzijde kan een oranje middenbaan hebben. Door deze kleuren zie je de diertjes op het land nauwelijks zitten. Op het land zijn ze minder opvallend. Kleine salamanders zijn in allerlei watertjes te vinden. Het liefst zitten ze in ondiepe, onbegroeide poelen. Leeftijd: Ze kunnen in gevangenschap tot 28 jaar worden!
2. De kamsalamander of grote watersalamander. Deze komt in Nederland tegenwoordig weinig voor. Hij is 12 tot 15 centimeter groot en donkerder van kleur dan de kleine watersalamander. Zijn huid voelt ook anders aan, die is korrelig. Het mannetje krijgt in de paartijd een forse, scherp getande rugkam. Over de staart loopt aan weerszijde een brede, witte streep. Kamsalamanders zitten vooral in de buurt van grotere of kleinere rivieren. Leeftijd: Waarschijnlijk meer dan 10 jaar.
3. De vinpootsalamander. Deze heet zo, omdat het mannetje in de paartijd zwemvliezen aan zijn achterpoten heeft. Verder lijken zwemvoetsalamanders vrij veel op de kleine watersalamander. Ze zijn nog iets kleiner.(tot 9 centimeter) In Nederland leven ze het liefst in bebost gebied en heidevennen. Ze komen alleen in het zuiden en oosten van ons land voor. In gevangenschap kunnen ze tot 12 jaar worden.
4. De alpenwatersalamander. Deze houdt van moerassen, waterpoelen en stroompjes. Hij kreeg zijn naam omdat veel van zijn soortgenoten in de bergen (alpen)leven. Zijn rug is donkerblauw tot zwart. Buik en keel van het mannetje een lage, gevlekte rugkam.
Alpenwatersalamanders kunnen 11,5 centimeter groot worden. Ook deze soort komt alleen in het zuiden en oosten van ons land voor.
In het voorjaar leven alle volwassen watersalamanders in het water. De rest van het jaar komen ze ook op het land. Als ze op het land zijn, dan zijn ze niet ver van het water. Leeftijd: Meer dan 20 jaar.