Salamanders - start
1. De algemene kenmerken van een salamander

Kikkers en salamanders lijken op het eerste gezicht helemaal niet op elkaar. Salamanders hebben een grote staart. Verder hebben ze twee paar poten waarmee ze lopen. De achterste met ieder vijf tenen, de voorste met ieder vier vingers. Ze kunnen niet zoals een kikker grote sprongen maken. Kikkers geven een flinke noodkreet als ze worden gepakt. Salamanders brengen in zo'n geval hoogstens een zacht snerpend geluidje voort. Het gehoor is bij salamanders niet zo goed ontwikkeld als bij kikkers. Ze kunnen wel beter ruiken. Toch hebben kikkers en salamanders ook veel overeenkomsten. De huid van een salamander bijvoorbeeld ziet er net zo glad en glibberig uit als die van een kikker. Dat komt doordat de huid bedekt is met een laagje slijm. Dat slijmlaagje zorgt ervoor dat de dieren niet uitdrogen als ze op het land zijn. Onder water kunnen ze door hun huid zuurstof opnemen. Ze kunnen dus op het land ademen met longen en onder water door hun huid. Wanneer je een kikker of een salamander vastpakt, zul je merken dat hij koud aanvoelt.
Het zijn koudbloedige dieren. Dat wil zeggen dat ze geen vaste hoge lichaamstemperatuur hebben, zoals bij bijvoorbeeld mensen, zoogdieren en vogels. De temperatuur stijgt en daalt met de temperatuur van de omgeving. Omdat salamanders koudbloedig zijn, moeten ze een winterslaap houden. Wanneer de winter in aantocht is, trekken ze zich terug op een veilige plaats, mos of boomstompen, in de grond of in de modder. Eten en bewegen doen ze niet meer en ze halen nog maar nauwelijks adem. Het is net of ze dood is, maar dat is niet zo. Wanneer de temperatuur stijgt, komt alles weer gewoon op gang. Maar te warm is ook weer niet goed. Dan houden de salamanders zich verscholen.
2. Verschillende soorten

In Nederland komen twee typen salamanders voor: de landsalamander en de watersalamander.
De naam zegt al dat de een meer op het land leeft en de ander meer in het water.
Van de landsalamanders bestaat erin Nederland maar één soort, dat is de vuursalamander. Hij heet zo omdat zijn lichaam glanzend zwart is met hel gele vlekken en strepen, die aan vuur doen denken. Tegenwoordig zie je de vuursalamander maar heel weinig. Ze zijn zeldzaam. Alleen in een klein stukje van Limburg komen ze nog voor. Vuursalamanders leven daar in vochtige bossen op de heuvels. In hun gebied zul je altijd water aantreffen, een beekje of een plas.
Dat je de vuursalamander haast nooit ziet, heeft nog een oorzaak. Hij is eigenlijk alleen actief in de schemering of na regenval. Dan gaat hij op zoek naar voedsel. Overdag zit hij verscholen in grotten, onder stenen en andere donkere, vochtige plekjes. Vuursalamanders kunnen 20 centimeter lang worden. Hun leeftijd in gevangenschap kan meer dan 50 jaar bedragen!

Er leven in Nederland vier soorten watersalamanders:





1. De kleine watersalamander. Deze soort komt in ons land het meest voor. Hij wordt ongeveer 10,5 centimeter groot. De mannetjes zijn het mooist, vooral wanneer ze in de bruiloftstijd zijn. Van boven zijn ze lichtbruin of olijfgroen met donkere vlekken, van onder crème of geel met oranje middenstreep. Ook de onderkant van de staart is mooi oranjerood. In de paartijd heeft hij over zijn rug een hoge golvende kam.
Vrouwtjes zijn meer grijs - bruin of geelachtig rood van boven. Aan weerszijden zit een donkere streep. De buikzijde kan een oranje middenbaan hebben. Door deze kleuren zie je de diertjes op het land nauwelijks zitten. Op het land zijn ze minder opvallend. Kleine salamanders zijn in allerlei watertjes te vinden. Het liefst zitten ze in ondiepe, onbegroeide poelen. Leeftijd: Ze kunnen in gevangenschap tot 28 jaar worden!

2. De kamsalamander of grote watersalamander. Deze komt in Nederland tegenwoordig weinig voor. Hij is 12 tot 15 centimeter groot en donkerder van kleur dan de kleine watersalamander. Zijn huid voelt ook anders aan, die is korrelig. Het mannetje krijgt in de paartijd een forse, scherp getande rugkam. Over de staart loopt aan weerszijde een brede, witte streep. Kamsalamanders zitten vooral in de buurt van grotere of kleinere rivieren. Leeftijd: Waarschijnlijk meer dan 10 jaar.
3. De vinpootsalamander. Deze heet zo, omdat het mannetje in de paartijd zwemvliezen aan zijn achterpoten heeft. Verder lijken zwemvoetsalamanders vrij veel op de kleine watersalamander. Ze zijn nog iets kleiner.(tot 9 centimeter) In Nederland leven ze het liefst in bebost gebied en heidevennen. Ze komen alleen in het zuiden en oosten van ons land voor. In gevangenschap kunnen ze tot 12 jaar worden.
4. De alpenwatersalamander. Deze houdt van moerassen, waterpoelen en stroompjes. Hij kreeg zijn naam omdat veel van zijn soortgenoten in de bergen (alpen)leven. Zijn rug is donkerblauw tot zwart. Buik en keel van het mannetje een lage, gevlekte rugkam.
Alpenwatersalamanders kunnen 11,5 centimeter groot worden. Ook deze soort komt alleen in het zuiden en oosten van ons land voor.
In het voorjaar leven alle volwassen watersalamanders in het water. De rest van het jaar komen ze ook op het land. Als ze op het land zijn, dan zijn ze niet ver van het water. Leeftijd: Meer dan 20 jaar.
3. Het voedsel

Landsalamanders eten vooral slakken, wormen, duizendpoten en spinnen. Ze zijn niet erg kieskeurig. Als ze iets eetbaars zien bewegen, gaan ze erop af. Ze pakken wat ze krijgen kunnen. Niet bewegend voedsel kunnen ze ontdekken door het ruiken.
Bij watersalamanders is het net zo, alleen jagen zij in het water op andere diertjes. Bijvoorbeeld op wormen, kikker- en paddevisjes, op larven van insekten, watervlooien en op vele andere waterdiertjes. Zelfs jagen ze op eigen salamanderlarven.
4. De voortplanting

De vuursalamander, de enige landsalamander, paart op het land. Het mannetje gaat al ruikend op zoek naar een vrouwtje. Heeft hij er een gevonden, dan probeert hij haar over te halen met hem te paren. Als hij genoeg aandringt, dan geeft het vrouwtje toe. Vaak worden de bevruchte eitjes pas het volgende voorjaar gelegd. De eieren komen bijna direct na het leggen uit.
Watersalamanders paren in het water. In het voorjaar, na de winterslaap, trekken de dieren naar de voortplantingsplaatsen. De mannetjes zijn er vaak iets eerder dan de vrouwtjes. De mannetjes krijgen mooiere kleuren. Dat heet een bruiloftskleed. De rugkam wordt groter en de huid wordt nog iets dunner. Door deze dunnere huid kunnen ze beter ademen. Ze hebben er huid bij gekregen doordat de rugkam is gegroeid. Bij de paring raken het mannetje en het vrouwtje elkaar nauwelijks aan. Het mannetje maakt een ingewikkelde dans. Hij waaiert en pronkt met zijn staart. Het vrouwtje raakt zo onder de indruk van dit spel en de geurstoffen die hij afscheidt, dat ze hem benadert. Het mannetje probeert het wijfje naar de bodem te lokken door om haar heen te zwemmen Wanneer dit is gelukt, produceert hij een pakketje met zaad en deponeert dit op de bodem. Het wijfje pakt dit op en neemt dit op in haar geslachtsdelen. De eitjes van een watersalamander worden één voor één door het vrouwtje afgezet. Ze doet dit meestal op waterplanten. Vooral zuurstofplanten met kleine bladeren zijn populair, zoals voorjaarssterrekroos.  Ze vouwt het rond haar geslachtsopening en legt er een eitje in. Om het eitje zit een soort lijmlaagje. Daardoor blijft het blad rond het eitje plakken. Het leggen van eitjes duurt één tot twee weken.
Na twee tot drie weken komen er larven uit. Die gaan op zoek naar voedsel, zoals watervlooien en insectenlarven In twee tot drie maanden tijd zie je ze langzaam veranderen.
Salamanders moeten meteen voor zich zelf zorgen. Daarom worden er veel eitjes gelegd. De kans dat ze overleven, is maar heel klein. Een vrouwtje legt honderden eitjes. Als er daarvan 2 uitgroeien tot volwassen salamanders, is dat al voldoende.
Het kan wel 4 jaar duren voor salamanders zo groot zijn als hun ouders. Omdat hun huid niet meegroeit, vervellen ze.
Er zijn soorten die wel 28 jaar oud kunnen worden.
5. Vijanden van de salamander

Er komen dus maar weinig eitjes uit, dat komt door de vele vijanden. Eieren zijn geliefd voedsel voor heel wat verschillende dieren, zoals libellelarven, roofkevers en hun larven, stekelbaarsjes en andere vissen. Ook watersalamanders eten de eieren van hun soortgenoten. De grotere larven van de watersalamander eten zelfs hun kleine broertjes en zusjes op. Ook allerlei vogels lusten salamanderslarf.
Volwassen watersalamanders worden gegeten door vissen, ringslangen en bloedzuigers. Op het land worden salamanders af en toe gegeten door nachtdieren, zoals egels, nachtvogels, dassen en bunzingen. Ze worden alleen gegrepen als ze zelf op jacht zijn. Overdag zitten ze namelijk verscholen.
Salamanders zijn niet erg snel. Bij gevaar kunnen ze niet snel wegkruipen. Maar ze hebben wel een middel om zich te verdedigen . In hun huid zitten namelijk klieren die gif maken en dat schikt de vijand af.
6. Invloed van de mens

Het aantal salamanders in Nederland is de afgelopen jaren sterk verminderd. Ook het aantal plaatsen waar men ze vinden kan, wordt steeds kleiner. Dit heeft allemaal te maken met wat de mensen doen.
1. Ontwatering. Ook in de grond zit water, grondwater. Als dit water hoog staat, wordt het land van de boer drassig. Daarom pompt hij dat grondwater weg. Anders gezegd: de grondwaterstand wordt verlaagd. Voor ons drinkwater wordt ook veel plaatsen grondwater weggepompt. Door de lage grondwaterstand komen sloten, poelen, bronnen en beken droog te staan. En dit zijn voortplantingsplaatsen van de salamanders. Het waterpeil in sloten kan daardoor zo laag worden, dat 's winters de modderlaag bevriest. In die modder overwintert de zwemvoetsalamander. Hij zal dan de vorst niet overleven.
2. Schoonmaak sloten. Sloten kunnen dichtgroeien met planten. Om dat te voorkomen worden ze regelmatig schoongemaakt. Soms gebeurt dat in de paringstijd van de salamanders. Dat is verkeerd, want zo worden ook de eieren en larven van die dieren weggehaald.
Als vennen tot aan de oever worden beplant met bos, valt er niet genoeg licht meer in het water. Ook dat is schadelijk voor salamanders.
3. Dempen. Voor de bouw van woonwijken en de aanleg van wegen worden nogal eens sloten en plassen gedempt. Ook dit berooft de dieren van hun voortplantingsplaatsen.
4. Watervervuiling. Bestrijdingsmiddelen uit de landbouw en allerlei afvalstoffen vergiftigen het water. Daardoor gaan salamanders dood. Of ze kunnen niet meer groeien tot volwassen dieren.
Door gebruik van kunstmest en gewone mest gaan in het water veel algen groeien. Wanneer deze doodgaan, verstikken ze de hele boel. Salamanderlarven kunnen dan niet meer ademen en gaan dood.
5. Huisdieren. Waar mensen wonen zijn ook huisdieren, bijvoorbeeld katten. Die zwerven rond en eten o.a. salamanders. Op veel vijvers en poelen worden eenden gehouden. Die eten de eieren en larven van salamanders. Daardoor kunnen salamanders in zo'n vijver uitsterven.
6. Sportvisserij. Ook de sportvisserij heeft invloed op de aantallen salamanders. In de eerste plaats al doordat hengelaars het gras en de planten op de oever plattrappen. Ook het uitzetten van vis, bijvoorbeeld de regenboogforel, is nadelig voor de salamanders
Door al die oorzaken zijn salamanders sterk in aantal achteruit gegaan. Een tijdlang werden ze met uitsterven bedreigd. Daarom zijn er in Nederland alle soorten wettelijk beschermd. Dat wil zeggen dat je ze niet mag doden, vangen, vervoeren en verstoren.
Boeren zouden salamanders kunnen sparen door hun weilanden nat te houden. Maar dat doen ze niet omdat het voor hun vee niet goed is als het land drassig is.
Persbericht provincie Utrecht
12 maart 1997
7. OOK DIT JAAR GAAN DE PADDEN WEER OP PAD  Ieder voorjaar, als de lente de winter verdringt, komen de amfibieën (padden, kikkers en salamanders) uit hun winterverblijven te voorschijn. Ze gaan op weg naar vijvers, plasjes en sloten om zich voort te planten. Meestal speelt deze trek zich ''s nachts af, tijdens regenachtig en zacht weer. Als de diertjes tijdens hun jaarlijkse terugkerende trektocht een weg moeten oversteken, worden ze vaak doodgereden. Ook dit jaar roept de provincie iedereen op de diertjes te helpen veilig hun bestemming te bereiken: u kunt melden waar de amfibieën hun trektocht houden of ze daadwerkelijk een handje helpen. Handje helpen. Er is een manier om de padden en kikkers te helpen, namelijk door een barrière op te werpen dwars op de richting waarin ze trekken. Dit gebeurt meestal door nylondoek van zo'n 40 centimeter hoog tussen paaltjes te spannen. Hierlangs wordt een aantal emmers ingegraven. De trekkende diertjes vinden hun weg versperd. Op zoek naar een doorgang vallen ze vervolgens in één van de emmers. ''s Morgens en 's avonds brengen vrijwilligers de amfibieën die in de emmers zijn gevallen naar de andere kant van de weg. De 'barrièremethode' werkt goed, maar is kostbaar en vrij arbeidsintensief. Daarom roept de provincie iedereen op te helpen. U kunt bij de provincie terecht voor nylondoek.   Natuur om de hoek  In 1995 heeft de provincie ook uw hulp ingeroepen om de trekkende diertjes een handje te helpen. Dit gebeurde omdat 1995 het Europees Natuurbeschermingsjaar was. Een van de thema's in dat jaar was 'natuur om de hoek'. Veel mensen hebben gereageerd op de oproep door te geven waar padden en kikkers trekken en waar ze sneuvelen. Op veel plaatsen zijn zo honderden diertjes van de dood gered. De provincie is nu goed op de hoogte waar de diertjes onderweg barrières tegenkomen en probeert er zoveel mogelijk aan te doen.  
Voor meldingen, meer inlichtingen of nylondoek  kunt u contact opnemen met de heer Th. de Jong van het bureau Milieu-inventarisatie en Groene Handhaving,  telefoonnummer 030 - 258 21 59.  
Schriftelijke meldingen kunt u sturen naar:  provincie Utrecht, Bureau RMG, Postbus 80300, 3508 TH Utrecht.  
(Voor informatie: Anita van der Pol, actueel@prvutr.nl, 030 - 258 2490 / 258 3325)    
Inhoud

1. De algemene kenmerken van een salamander.
2. Verschillende soorten.
3. Het voedsel.
4. De voortplanting.
5. Vijanden van een salamander.
6. Invloed van de mens.
7. De jaarlijkse paddentrek (ook salamanders)
Foto: h.j.van der weijde 30-04-2001
Paaiende kleine watersalamanders