Vijanden/afweergedrag:
Poelkikkers vluchten het water in, waar ze zich verbergen in het bodemsubstraat of tussen de waterplanten. Als ze worden vastgepakt kunnen de dieren met open bek schreeuwen. Ander passief afweergedrag bestaat uit: het zich opblazen, de kop wegbuigen en de snuitpunt op de grond drukken. Soms voeren de dieren ook actief met hun kop stootbewegingen richting de vijand uit. De larven zijn erg schuw en vluchten soms nogal onstuimig weg.
Voortplanting:
De trek naar de voortplantingswateren kan al half maart beginnen, maar de echte voortplantingsactiviteiten beginnen pas eind april of begin mei, als de temperatuur 18°C of meer bedraagt. Het merendeel van de vrouwtjes zet in de tweede helft van mei de eieren af. Een enkele keer kan men tot in juli parende dieren aantreffen. Het paargedrag lijkt op dat van de meerkikker. Hetzelfde geldt voor de eieren en voor de duur van de embryonale ontwikkeling. Een vrouwtje poelkikker produceert echter slechts 590-2990 eieren per seizoen.
Paarroep:
De gonzende roepseries duren ongeveer 1,5 seconden en iedere seconde worden 30-45 tonen geproduceerd. De roep is iets zachter dan die van de meerkikker en de middelste groene kikker. Ook bij de poelkikker vormen de mannetjes koren. De territoria zijn kleiner dan bij de meerkikker, waardoor een dichtheid van 5-10 mannetjes per vierkante meter niet ongewoon is.
Larvale ontwikkeling, geslachtsrijp-heid, leeftijd:
Bij het verlaten van het ei hebben de larven een totaallengte tussen 5 en 8 mm. Ze groeien door tot een totaallengte van 50-75 mm. Af en toe worden 'reuzenlarven' met een lengte van 130 mm waargenomen. De metamorfose wordt tussen half juli en eind september voltooid. Als de dieren het land op gaan hebben ze een kop-romp-lengte van 20-30 mm. Voor de eerste overwintering kunnen ze nog eens 10-20 mm groeien. In de loop van het volgende jaar worden de dieren geslachtsrijp en in het daaropvolgende jaar nemen ze deel aan de voortplanting. De poelkikker kan 6 tot 12 jaar oud worden.
Jaar- en dagactiviteit:
De dieren overwinteren meestal op het land tussen september/oktober en maart. Poelkikkers zijn ook buiten de voortplantingstijd dag- en nachtactief. Met name de jonge poelkikkers trekken veel rond. Er zijn dieren aangetroffen tot op een afstand van 500 meter van het water. Eén mannetje overbrugde op een avond een afstand van 400 meter.
Bedreiging en bescherming:
Net als bij alle andere amfibieënsoorten gelden ook voor de poelkikker de algemene bedreigingen als waterverontreiniging en verstoring van de voortplantingswateren en van het landbiotoop.