schaduwrijke bospoeltjes, rustige delen van stomende wateren, bluspoelen, zwembaden, met water gevulde karrensporen, greppels en zelfs plassen en smeltwaterbassins. Op het land leeft de bruine kikker in de dichte bodemvegetatie of soms in holen en tunnels, waar- in hij ook kan overwinteren. Vaak zoekt de bruine kikker het water op om te overwinteren. Meestal zijn dit zuurstof-rijke kwelbronnen.
De larven leven op de bodem en in de middelste waterlagen.
Voedsel:
23% van de magen van bruine kikkers bevatte aardappelkevers. Circa 12% van de dieren had loopkevers, sprinkhanen en spinnen gegeten. Landslakken, mieren, duizendpoten en vliesvleugeligen werden ieder bij 6% van de dieren aangetroffen. De larven voeden zich hoofdzakelijk met algen, maar zijn soms ook kani-balistisch.
Vijanden:
Tot nu toe zijn bruine kikkers aangetroffen als voedselsoort voor circa 20 Europese vogelsoorten, waaronder de witte en zwarte ooievaar, schreeuwarend, buizerd, rode en zwarte wouw, oe-hoe, bosuil, kerkuil en merel. Ook ringslangen eten bruine kikkers en van de zoogdieren kunnen wild zwijn, vos, das, bunzing en Bruine rat als predatoren genoemd worden.
Afweergedrag:
In de voortplantingstijd zijn bruinekikkers erg schuw en duiken ze bij de nadering van een vermeende vijand direct onder water. Bewegingen worden waargenomen tot op een afstand van 20 meter en verder. Op het land vlucht het dier in dichte vegetatie. Bij aanraking drukken de bruinekikkers zich tegen de bodem, tillen de voorpoten op en leggen de handen met naar boven wijzende handpalmen op de ogen. Een enkele keer maken ze ook een geluid.